We zingen ons repertoire in vele talen:
Jiddisch, Ladino, Hebreeuws, Nederlands, Duits, Engels en Grieks.

Abre tu puerta:
In dit liefdeslied staat de zanger onder het balkon van zijn aanbedene en vraagt haar om de balkondeur voor hem te openen en samen met hem weg te lopen.

Adio Querida:
Een lied in Ladino uit de joodse cultuur rondom de Middellandse zee dat verhaalt over een verbitterde geliefde die haar minnaar niet meer wil zien.

Ale Brider:
Wij zijn allen broeders en zusters, en allen zijn wij één.

Al kol ele:
Een smeekbede tot God om te waken over alle mooie dingen in ons leven.

Arum dem fayer:
Wij zitten om het kampvuur en zingen liederen. Ook als het vuur zou doven dan is er nog altijd de hemel die ons verlicht met al zijn sterren.

Asma asmaton/ Otan teliósi o pólemos:
De grieks-joodse dichter Kambanellis overleefde concentratiekamp Mauthausen en schreef in de jaren 60 vier liederen, die door Mikis Theodorakis op muziek werden gezet, de zogenaamde Mauthausen cyclus. De cyclus beschrijft de vertwijfelde zoektocht van de kampgevangenen naar hun geliefden. Het laatste lied roept op om de verschrikkingen van de oorlog weg te vagen en te overwinnen door de liefde en de vrijheid te vieren.

Avinu Malkeinu:
Dit oeroude smeekgebed uit de Joodse liturgie wordt gezongen in de dienst van Rosh haShana (Joods Nieuwjaar) en Jom Kippoer (Grote verzoendag) om vergeving te vragen voor onze misstappen van het afgelopen jaar. De dagen tussen Nieuwjaar en de Verzoendag moeten worden gebruikt om in het reine te komen met jezelf, je medemensen en God.

Bapardes:
Dit lied beschrijft een beeld van de nazomer. De zon geeft nog warmte maar de nachten zijn al koud. Het seizoen is voorbij en zo is het met mijn jeugd – maar hoe graag zou ik nog de liefde van mijn leven ontmoeten.

Cuando el Rey Nimrod:
Een bijbels verhaal. Koning Nimrod ziet een teken in de sterrenhemel die de geboorte van Abraham als een machtig man aankondigt. Hij geeft daarom het bevel om alle mannelijke pasgeborenen te doden. Abrahams moeder vlucht en verstopt zich in een grot, waar aartsvader Abraham later wordt geboren.

Di Goldene pave (Liefdesliedje):
Slaap rustig mijn geliefde. Di Goldene pave (De Goude pauw) verbeeldt het verlangen om weg te kunnen vliegen van de aardse werkelijkheid.

Donai, donai/ Dos kelbl:
Een jiddisch lied uit 1941 over een kalf dat naar de slachtbank geleid wordt en vrij wil zijn als een zwaluw.
Dit nummer is later bekend geworden door de versies van Donavan en Joan Baez. Het lied wordt ook als een metafoor voor de Shoah (=vernietiging) van het Joodse volk in WO2 beschouwd.

Durme, durme (slaapliedje):
Een moeder op de vlucht hoopt dat haar lieve dochter zonder de angst en pijn van haar moeder kan slapen.

Eli, Eli:
Een kort gedicht van Hanna Senesh, geinspireerd op haar ervaring van de overweldigende natuur aan het strand van Ceasarea, begin 40-er jaren op muziek gezet. “Mijn God, ik bid u om het zand en de zee, de golven, de regen en de wind, de bliksem voor altijd te laten voortbestaan”.

Erev shel Shoshanim:
Avond van de rozen, een poëtisch Hebreeuws liefdeslied. In de ballade beschrijft de zanger zijn geliefde als een roos zo zacht en geurend in de avondschemering.

Etz Harimon:
Liedje over een granaatappelboom die zijn geur verspreid van de Dode zee tot Jericho.

Hamisha asar:
Lied over Tu Bishvat, het Nieuwjaarsfeest van de bomen, symbool voor het begin van de lente. De amandelboom staat als eerste in bloei. Het wordt meestal eind januari/begin februari gevierd, er worden inheemse vruchten gegeten en verwerkt in gerechten.

Harbstlid:
Weemoedig lied over de vergankelijkheid en verlangen naar eeuwig leven, een eeuwige lente. De voorjaarsdagen zijn omgevlogen, alles wat lentegroen was vergaat in de herfst. Mist en regen staan ons te wachten. Maar laten we niet vergeten te genieten van de prachtige gouden herfstkleuren!

Hashivenu (Klaagliederen 5):
Gebed om mededogen. “Help ons terug te keren naar U, Eeuwige”.

Hava nagila hava:
“Laten we vrolijk en gelukkig zijn, laten we zingen. Ontwaakt, broeders, met een vrolijk hart.’ Het lied werd symbool voor de wederopstanding van het Joodse volk na de 2e Wereldoorlog.

Kol dodi (gedicht uit Hooglied 2, vers 8):
Het is de stem van mijn liefste, ziet hem, hij komt springend over de bergen en huppelend over de heuvels.

Kol ha olam kulo:
De wereld is als een smalle brug. Maar het belangrijkste is om te onthouden dat we nooit bang moeten zijn om die brug over te gaan!

L’chu n’ran’nah:
Loflied uit de joodse eredienst.

Lo mir zikh iberbetn:
In dit traditionele Jiddische bruiloftsliedje vraagt de man de vrouw om het weer goed te maken, zich met elkaar te verzoenen.

Lo yisa goi:
Een hoopvol lied, gebaseerd op Jesaja 2, vers 4:
Smeed uw zwaarden om tot ploegijzers, en speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.

Mach Tsoe di eygelekh:
Werd in het ghetto in Lodz opgevoerd. Op het eerste gehoor lijkt het een lieflijk wiegeliedje. Maar de moeder moet met haar kindje huis en haard verlaten. Hagel, regen en hopeloosheid wachten hen, en zij weet niet waar het lot hun heen zal voeren.

Majn Roe-e-plats:
Gaat over een arme oost europese joodse immigrant die uitgebuit wordt in de textielindustrie van Amerika begin 20e eeuw; hij hoopt dat zijn geliefde naar hem toe zal komen zodat hij rust kan vinden.

Mipney ma:
Zeg me, waarom is de ziel vanuit de hemel naar het aardse afgedaald? Opdat hij weer kan stijgen tot een hoger spiritueel niveau.

Misirlou (volksdans en buikdans):
Een traditioneel liedje dat onder andere in de grieks-joodse gemeenschap werd gezongen, maar bekend is in de hele Mediterrane regio. De schoonheid van het mooie haremmeisje doet de mannenharten smelten.

Nigun 5:
Een Nigun is een melodie zonder woorden, de muziek van de ziel die de poorten van de hemel opent.

Oseh shalom Bimromav:
Is het slotgedeelte van veel joodse gebeden. Het is een oeroud gebed en de woorden zijn het meest bekend als slot van het Kaddishgebed, het gebed van rouwenden.

Oy dortn dortn:
Ach, daarginds over het water, over de brug daar is ze, verdreven ben ik in vreemde en verre landen. Ach, wat verlang ik naar haar….

Oyfn veg shteyt a boym:
Gaat over een kind dat onafhankelijk wil zijn en als een vogel uit wil vliegen. Maar de moeder is erg bezorgd en wil hem zó beschermen met een symbolische sjaal, muts en trui dat het voor het vogeltje onmogelijk is om te uit te vliegen. Dit staat symbool voor de (soms verstikkende) liefde van de Jiddische mamma, een begrip in de Joodse wereld.

The Partisan:
Werd in 1943 geschreven en gaat over een eenzame strijder, die voortdurend door oorlogsgebied trekt en niet zal rusten tot de vrijheid komt. Leonard Cohen maakte er een versie van die wereldberoemd werd.

Perach halilach:
Misschien komt er vandaag geen einde aan de dag en hebben we geen woorden nodig omdat we van elkaar houden.

Puncha, puncha:
De geur van de roos doet pijn als je een gebroken hart hebt.

Roshinkes mit mandeln (slaapliedje):
De achtergebleven moeder hoopt dat haar zoontje Juda handelaar in rozijnen en amandelen wordt.

Shalom aleichem (vrede zij met u):
Is een zeer oud liturgisch lied dat elke vrijdagavond thuis gezongen wordt om de shabbat te verwelkomen die door engelen begeleidt wordt.

Shir noded:
Dit lied staat symbool voor het Joodse volk dat eeuwenlang vervolgd werd en geen thuis had.
“Kon ik maar vliegen als een vogel, een klein vliegend vogeltje dat zonder zorgen rusten kan in een goed nestje. Helaas, als een zwervende vogel dool ook ik, maar wanneer ik moe ben heb ik geen nestje om in te rusten”.

Shir lashalom:
Miri Aloni zong dit lied in 1995 bij een vredesdemonstratie in Tel Aviv samen met Shimon Peres en Yitschak Rabin. Minuten daarna vermoordde Yigal Amir premier Rabin omdat hij het niet eens was met de door premier Rabin, minister Shimon Peres en PLO leider Yasser Arafat gesloten Oslo akkoorden.

Shlof shoin main feygele (slaapliedje):
Mogen de engelen je toedekken met hun vleugels en over je waken.

Shnirele Perele:
Hierin wordt de hoop op de spoedige komst van de Messias bezongen.

Shnei shoshanim (twee rozen):
Een lied uit de pionierstijd in de dertiger jaren over een liefde uit vervlogen tijden.

Shtil di Nakht is ojsgesternt:
Vertelt over de moed van een Joodse verzetsstrijdster in WO 2 die een wapentransport tegenhield.

Sog nit keynmol:
Is in 1943 geschreven en is geïnspireerd door de opstand in het getto van Warschau. Het lied werd de hymne van het Joodse verzet en wordt vaak bij herdenkingen gezongen.

Szol a kakas mar:
Hongaars lied over verlangen naar bevrijding uit de ballingschap en de terugkeer naar Jeruzalem.

Tsipor Shniya:
Een gedicht op muziek uit 1930. Het gaat over een schitterende vogel, een trilling van de zon en vrede.

Tumbalakaika:
Een volksliedje uit de Russisch-joodse cultuur. Een jongeman is op zoek naar een verstandige bruid en stelt het meisje moeilijke vragen, maar zij geeft wijze antwoorden.

Utzu etza:
Lied dat gezongen wordt op het Poerimfeest. het lied herdenkt dat In de 5e eeuw v.Chr. Haman , hoofd van de hofhouding van de Perzische koning Ahasveros, een complot smeedde om de joodse inwoners van het Perzische rijk uit te roeien. Doordat Mordechai en koningin Esther het vertrouwen in God behielden werd dit verijdeld.

Volt ikh gehat kojekh:
Geef mij de kracht te zingen, lopend door straten en stegen, hoor mijn roep om vrede.

Yedid nefesh:
Vaak gezongen aan het eind van de Shabbat. “Vriend van mijn ziel, meedogende vader, breng uw dienaar dichter bij uw wil”.

Yerushalayim shel zahav:
Een lofzang op de stad Jeruzalem (de stad van de 3 monotheïstische wereldgodsdiensten). Veel gebouwen in de oude stad hebben een gouden gloed in het avondlicht.

Yigdal (Oude lofzang):
Wordt gezongen in de eredienst op shabat.

Zemer Atik:
Een bekende volksdans en gaat over een oude melodie.